Translate

maandag 17 augustus 2026

Nu zijn we wél op vakantie!

Intussen trouwens niet meer, we zijn al een paar dagen thuis, maar hier de bewerkte blog die ik onder de bomen schreef! 

 Het was nog even spannend, hoor. Mijn buik was het echt hélemáál niet met mij eens en we vertrokken een dag later dan gepland. Maar we vertrokken wel ondanks nog wat zielige buik en sinds gisteren zijn we op een camping in Odoorn, een metropool tussen de bossen en de hunebedden in Drenthe. En jongens, wat een fijne camping is dit. 
Degenen die al even meelezen weten wellicht dat er wat dingen met mij aan de hand zijn fysiek, en daarvoor is het echt bijzonder fijn als er rust is en wat privacy. Dus zo'n camping waar je op een groot open veld met de deur zo ongeveer tegen de achterkant van de volgende caravan aan staat is echt niet voor ons. Thuis hebben we een heerlijke tuin aan het water en je wilt toch niet ál te veel inleveren... 
Nou, dat is nu dus top gelukt. Ontzettend vriendelijke mensen die meedenken en het dan ook prima vinden als je bijvoorbeeld wat later komt. We mochten zelfs uitkiezen uit de vrije plekjes welke we wilden! We liepen een rondje en kozen plekje 107. Wel een beetje dichter bij de N weg maar helemaal lekker verscholen in het bos. In de avond liepen we heerlijk door het bos en langs de heide. 



Gelukkig voelde ik me vandaag weer goed en we gingen dan ook al vroeg op pad, voordat de ergste hitte zou komen. Er was een braderie (vinden S en ik leuk) en rommelmarkt (vindt B leuk) in Exloo, en Google Maps beloofde dat dat 5 km fietsen was. Vol vertrouwen stuurde Maps ons op fietsroutestand... midden het bos in. We hobbelden en bobbelden en ontweken kuilen en diep zand en een hele colonne elektrische buggies die een enorme stofwolk onze ogen injoegen en kwamen uiteindelijk toch alle drie heelhuids aan bij het fietspad. We besloten maar gauw om op de terugweg een andere route te nemen. 
Vanaf Odoorn naar Exloo ligt echt het prachtigste (wel echt) fietspad midden door het bos. Zo ontzettend tof! We namen de wat langere route en kwamen blij aan in Exloo, waar we de fietsen parkeerden bij de ijsboer en de markt opliepen. 

Wat zijn de mensen hier vriendelijk! Een man met een kraampje vol tassen maakte een gezellig praatje met ons over waar hij allemaal op de markt stond en ik vond een supertoffe tas, gemaakt van een oude spijkerbroek!



Iedereen deed leuk, het was niet té druk en na een poosje vonden we zelfs Ben (die tussen de platen was gaan neuzen; ik heb het lang geleden opgegeven om samen over zo'n marktje te struinen: laat die maar lekker studderen tussen de oude platen en andere zooi) terug, vlakbij een kraampje met mooie leren riemen. Nu moet je weten dat Ben echt al honderd jaar een riem heeft die ooit wit was. Intussen zijn er misschien nog een paar witte plekjes en het gat dat hij gebruikt is helemaal uitgelubberd. Haha. Het was dus hoogst tijd voor een nieuwe! De alleraardigste man maakte een prachtige riem voor hem op maat. Toen liepen we terug en uiteraard moest er ijs gehaald worden voor Sophie en Ben. 

Het werd wel warmer maar het was zo buiten in zo'n dorpje nog prima te doen. We stonden nog even in de schaduw van de bomen bij de fietsen het ijsje te eten (nou ja, zij dan), toen achter Ben een oudere man verscheen die ook zijn fiets kwam halen. 
"Gewoon duwen, hoor!" grapte ik. Nee, zei de man met een vrij serieus gezicht, hij was nog even op zijn vrouw aan het wachten, dan hoefde hij maar één keer te storen. En dan zou hij wel zingen van 'opzij, opzij, opzij...'
Nou moet je weten dat er niet op mijn voorhoofd staat dat ik operazangeres ben. Zo lang ik mijn mond niet opentrek ben ik lekker incognito. En ik zong nu ook maar even heel zachtjes "maak plaats, maak plaats, maak plaats..."
Het was genoeg om de man heel hard te laten glimmen en een heel verhaal te laten vertellen. Hihi. Wat hou ik toch van spontane ontmoetingen. 

Nadat de ijsjes op waren fietsten we terug naar de camping, waar ik dit blog ging zitten tikken. In een topje en fietsbroekje is het ondanks de hitte heerlijk toeven onder de bomen. We genieten nog even verder! 


Als dit je uitzicht is ben je toch echt bijzonder on-zielig, niet?


zondag 2 augustus 2026

Een onverwachte ontmoeting in Den Haag

Het is vakantie! We zijn niet weg of zo maar Ben heeft wel vrij en dat is supergezellig. Omdat mijn viool al een paar dagen heel slecht klonk, krasserig, bedacht ik dat dat wellicht aan de stapel lag. De stapel is een stokje hout dat staat tussen het onderblad en bovenblad van de viool en de geluidstrillingen overbrengt; als die net effe verkeerd staat klink je viool ruk. Dus we gingen naar Den Haag, naar Lies de vioolbouwer. Echt een enorme straf natuurlijk, want Den Haag is hartstikke leuk en Lies is een schat. 

Ik vond via ParkBee een parkeerplaats waar we niet eerder geweest waren, een klein stukje buiten Chinatown. We parkeerden en vonden de uitgang: een heel klein deurtje na een heel klein trapje dat leidde naar een smalle gang. In die gang lag een jonge man op karton. Hij werd even wakker en keek ons plots aan. En dan schrik je toch even. Ik zei wat ongemakkelijk hallo en we liepen maar snel naar buiten, allemaal even in stilte. We liepen zojuist het centrum in toen Sophie sprak: "Can we maybe buy the man something?" 
Precies waar ik in gedachten ook al mee bezig was. Broodje? Flesje cola? Ben, achter ons, bromde iets waaruit bleek dat hij exact hetzelfde dacht. En dat vond ik in ene zo ontroerend. Mijn gezinnetje <3

We liepen eerst naar Lies, die eens flink klopte op de viool, mij betekenisvol aankeek, nog eens klopte op de viool. 
"Ik dacht niet dat hij open was." piepte ik. 
Violen, zie je, worden gelijmd met beenderlijm. Blijkbaar zijn er verschillende lijmen voor verschillende doelen maar ze hebben één functie: het hout moet kunnen "werken". Als het warm of vochtig is zet hout namelijk uit. Als het koud of droog is krimpt het. Als je zo'n viool dan met houtlijm zou lijmen zou je barsten krijgen in het hout en dat zou veel erger zijn. Maar dit betekent allemaal wel dat (bijvoorbeeld bij weersveranderingen) de naden wat open kunnen gaan staan en dan wordt je viool bijzonder ongelukkig. 
Klop... klop... klop. 
"Hij is wel open?" piepte ik nog maar eens. 
"En hoe." sprak Lies vol vertrouwen, gedragen door decades aan ervaring. "Hij zal hier moeten blijven want de lijm moet drogen."

Een beetje sip liep ik even later terug door de winkelstraten. Meh. De vioolbouwer is op maandag dicht, dus dat werd dinsdag lijmen, woensdag halen. Het was zaterdag. Béétje jammer. Maar hee. Nog een keer naar Den Haag is heus geen straf, toch? 

We liepen de Albert Heijn binnen en kochten broodjes en cola voor de meneer. Daarna zwierven we nog wat rond en gingen vervolgens terug naar de parkeergarage. Zou de meneer er nog liggen? In de parkeer-app drukte ik op "open voetgangersingang" en drukte vervolgens de deur open. Daar lag de man, intussen diep te slapen, zijn jonge lijf uitgestrekt op karton op hard beton. Even twijfelde ik wat ik zou doen, maar wat moet je? Ik zette het zakje met broodjes en het blikje cola maar bij zijn voeten neer en we liepen door.
 Zou hij okee zijn? Het lijkt me zo afschuwelijk als zo'n troosteloze gang je leven wordt, waar mensen (die je veelal eng en/of vies zullen vinden) zich zo snel mogelijk langs je heen wurmen. 


In gedachten verzonken reden we de garage uit, richting ons fijne huis. Wat een mazzel. 

We aten lekkere snoepgroente met hummus naast de Hofvijver

Er stond een grote toren naast het Binnenhof en Ben en ik klommen er op. Zo'n tien trappen en dat ging me eigenlijk supermakkelijk af! Hoera!