Zo'n vier maanden geleden zaten we bij de chirurg, Sophie en ik, die ons vertelde dat het ongeveer vier maanden zou duren voor ze aan de beurt was voor haar knie-operatie. Vier maanden waarin ze niet kan gymmen, niet kan rennen, maar beperkte stukken kan lopen.
Intussen is het maart, en voor Sophie begon de tijd logischerwijs te dringen. Wat nou als de operatie precies in de CTP (toetsweek) valt, aangezien ze in haar voorexamenjaar zit nogal belangrijk, of wat nou als ze in de zomer niet kan genieten maar moet revalideren? Ik besloot te bellen, hoewel dat absoluut niet mijn hobby is.
"Wij kunnen geen vragen beantwoorden over de wachttijd" sprak het bandje van de opnameplanning omineus. Ik besloot toch maar te blijven hangen, want ik wilde graag vragen naar hoeveel tijd het zou schelen als ze toch zou besluiten zich te laten opereren bij een kliniek buiten het ziekenhuis, zoals de chirurg als optie had aangeboden. Dat had namelijk als nadeel dat wij niet mee mochten de operatiekamer in - wat Sophie liever wel wil - maar als voordeel dat het sneller zou gaan. Tegen deze tijd het overwegen waard.
"Er zijn drie wachtenden voor u." sprak het bandje verder.
Ik liep van de trap af en wachtte terwijl ik wat opruimde in de woonkamer, en al snel werd er opgenomen door een mens. Ik legde de situatie even uit, en stelde de vraag over hoeveel het zou schelen als ze toch naar Oosterwal zou gaan.
"Geboortedatum?" sprak de vrouw nogal afstandelijk. Ik zette me een beetje schrap, en gaf de datum door. "Liever wil ze in het ziekenhuis." legde ik uit. "Want dan mogen wij mee in de operatiekamer. Maar tja, ze zit in haar voorexamenjaar, dus haar toetsweken zijn ook belangrijk, het is natuurlijk niet de bedoeling dat ze straks haar examen niet haalt omdat ze geopereerd moet worden."
"Nou." sprak de vrouw toen. "Die vier maanden was nogal optimistisch gesteld, hoor. We zijn nu pas bij de patiënten van augustus. Dus ook bij Oosterwal duurt het wel tot juni/juli."
"Oei. Ah, okee. Die optie is qua timing dan misschien niet zo heel denderend. De zomer is natuurlijk niet de fijnste tijd om acht weken in een koker te zitten en dan te revalideren."
En daar ging de mevrouw, in ene helemaal niet meer afstandelijk.
"Ja, joh, meid, dat moet je niet willen, hoor! Je bent maar één keer 16, da's de leukste zomer van je leven! Nee hoor, da's helemaal niks."
Ik smolt een beetje. Hoe lief was dit? Ik beaamde dat, en gaf aan dat we dan toch beter konden wachten op het ziekenhuis zelf. En dat een beetje wachten niet zo erg was, want er zijn ook mensen die écht niet meer kunnen lopen en natuurlijk is het dan prima dat Sophie wat wacht. Maar dat het wel fijn is om een beetje meer te weten waar we aan toe zijn.
"Helemaal goed." zei de aardige mevrouw. "Ik doe helemaal niks, behalve als ik nog wat terug hoor."
Wat een fijn gesprek was dat. En wat een fijne, invoelende mevrouw. Ik sprak met Sophie, toen die thuiskwam uit school, en na even wennen vond die het ook prima timing. Haar ogen lichtten op toen ik zei dat ze dan nu wél met rijlessen kan beginnen, omdat ze nu weet dat het nog even duurt. (Het is jammer dat we dat drie maanden geleden niet wisten en ze zo lang op het wachtbankje zat, maar goed.)
Al met al ben ik erg blij dat ik toch gebeld heb.







