Translate

maandag 6 juli 2026

Meer dan een kapotte fiets

 De herinnering staat in mijn geheugen gegrift alsof het gisteren was. We schrijven september 2008 en ik was zwanger, nog maar zo heel pril dat ik nog niet eens kon testen (toch wíst ik het, gewoon, omdat ik het wist). Ik stond in een woonkamer in Den Helder waar een box stond met een verse baby en een geel met blauwe racefiets. Die baby was de reden dat de ietwat stugge Heldenares voor mij haar fiets verkocht. Voorlopig zou ze toch niet kunnen fietsen. Ik keek naar de baby, dacht eens aan mijn eigen buik die niet meer leeg was en zei niks.

Het was echt een hele goede fiets. Duur, ook, ze wilde er €700 voor hebben. Maar toen ik eenmaal een stukje had gefietst en voelde hoe ontzettend fijn hij fietste, en hoe perfect de maat voor mij was, was ik toch om. Een Koga Myata racefiets, eentje waar ik de eerste tijd regelmatig complimenten van fietsers in strakke pakjes over zou krijgen ("mooie fiets!"). Dat boeide mij eigenlijk niet zo, en de kleuren vond ik ook al niet fantastisch. Blauw is mooi, geel ook, de combi hoeft voor mij niet zo. Toch stonden we een kwartier later in een winkelcentrum om €700 te gaan pinnen. Tikkies bestonden nog niet. 

Een paar dagen later fietste ik voor het eerst een eind op de fiets en wát was hij fijn! En toen... tja, toen werd ik strontziek door de zwangerschap en bleef dat acht maanden, waarna mijn bekken ervoor zorgde dat ik ook daarna nog maanden niet kon fietsen. Maar ik stapte er zodra het weer kon op, met baby Sophie in een fietskar achter me aan. 
Jarenlang was de fiets een goede vriend. Ik had fysiek slechte tijden, waardoor ik langere tijd niet kon fietsen, krabbelde op en kon weer steeds langer en steeds verder. Heerlijk. De kleurcombinatie was allang vergeten: dit was mijn perfecte fiets.

En toen gebeurde het. Ben en ik gingen op de fiets naar Bergen en ken je toevallig die vreselijke klinkerstraatjes daar? Knal! Een hard geluid, een stukke spaak. 
Nu is het bijzondere aan deze fiets dat hij maar een paar spaken heeft. Dat was een soort stoer idee van Koga. Ziet er ook supertof uit, totdat je dus één spaak breekt en meteen je wiel stuk is. 

Het werd erger, want Ricycle, de fijne fietswinkel op de Laat, bekeek de fiets eens goed en vertelde me toen dat hem fixen minstens €300 zou kosten. En dat ik me kon afvragen of dat wel de moeite waard was voor zo'n oude fiets. Dat ik ook kon gaan kijken bij een racefietsenwinkel voor een vervanger. 

En jongens. Ik vind het dus zó sneu!! Die fiets, die Sophie's hele leven (letterlijk) mijn fiets was, betekent toch echt wat voor me. Is het nou heel stom dat ik daar sip over ben?
De dag er na ging ik braaf naar de racefietsenwinkel om eens te kijken naar de mogelijkheden. Ook zij wilden toch wel graag even naar mijn fiets kijken en ze waren nog wat harder: ja. Die is af. En die wielen, dat zag er tof uit maar Koga Myata maakte ze maar heel even want ze kwamen er al snel achter dat het een belachelijk idee was. 

Tot zover de beoordeling van de racefietsenwinkel ;-). 


Ik liep, toen we de fiets met de auto ophaalden, nog even bij Ricycle naar binnen. 
"Krijg je nog wat van mij voor het onderzoek?" vroeg ik. 
"Zeker niet." sprak hij. "Dat is gewoon een stukje service."

En zo begon de zoektocht naar de nieuwe perfecte fiets. 




dinsdag 30 juni 2026

Verdwaald zonder gemeenschappelijke taal

 Ik loop de straat uit richting het park, als een Chinees uitziende meneer met zo'n bezorgfiets me voorzichtig staande houdt. Ik merk meteen aan zijn communicatie dat hij geen Nederlands en ook geen Engels spreekt. En mijn Mandarijn... nou, ik kan zeggen dat ik Anke heet, tot 10 tellen en hallo zeggen, daarmee houdt het wel op en geen van die dingen helpen met iemand de weg wijzen. Wat dat dát is waar hij naar op zoek is is me wel duidelijk. 
Hij houdt zijn rechter wijsvinger omhoog en braaf blijf ik wachten terwijl hij op zijn telefoon in whatsapp iets zoekt. Aan de karakters zie ik in elk geval dat het inderdaad Chinees is. Dat helpt al iets ;-)
Hij haalt een foto tevoorschijn en zoomt in op het adres: een restaurant in Bergen. Oei, dat is niet echt om de hoek. Prima te fietsen hoor, maar als je niet kunt communiceren en geen idee hebt hoe er te komen nog wel een ding. Ik denk even na. Hoe ga ik in Godsnaam uitleggen hoe hij moet fietsen? Ik bedenk me dat ik maar gewoon moet aangeven hoe hij in Bergen komt, dan is hij in elk geval in de buurt. 
Na nog vijf seconden nadenken pak ik mijn telefoon en open Google Translate. Ik verander de doeltaal naar Chinees (oei, wat zal hij lezen, traditioneel of simplified? Ik heb geen idee dus gok maar op simplified) en typ in hoe hij moet rijden, waarna ik op translate druk en de man het resultaat laat lezen. 

Blij kijkt hij me aan en hij wijst nog. Die, en dan rechts en dan links? Ja, knik ik. En dan zwaai ik gedag en loop het park in. 

Jeetje. Misschien moet ik toch weer verdergaan met Mandarijn proberen te leren op Duolingo ;-)

Iemand zin om dit te proberen uit te spreken?


zondag 28 juni 2026

Falafel en andere levensvragen

Ik zit met Sophie op Sophie's bed. Dit gebeurt vaak. Meestal als ik langsloop om even iets melden, zij beslist roept: "stay!", en we uren op het bed zitten te bomen over niks en het leven. 
Ik ben heel gelukkig, want ik heb net falafel gegeten. Met hummus. Heel lang kon ik zulke dingen niet eten wegens reagerende, sensitieve buik, maar de laatste tijd gaat het supergoed met eten en in ene is de wereld mijn oester (hoewel ik die dan weer niet eet ;-)). 
"Where does falafel actually come from?" vraagt ze. 
"Chick peas." (kikkererwten) antwoord ik zonder veel nadenken, de vraag verkeerd interpreterend. 
"No, where!"
"
Oh, Albert Heijn." 

Nu kijkt Sophie me aan alsof ik nog maar een halve hersencel heb en die op vakantie is gegaan. 
"No, WHERE! Like, which country?"
In ene snap ik eindelijk de vraag en we schieten samen in de lach. 
"North Africa." hik ik, waarna ze nog even opzoekt waar precies (het blijkt Egypte, volgens Google).

Okee. Dat was niet mijn helderste moment. 


Een poosje later zitten we beneden. Sophie's vriendje G is net binnengelopen en voordat ik eten ga maken hebben we nog even een geanimeerd gesprek. Sophie hem heeft verteld over mijn heldere moment met de falafel, maar intussen hebben we het over bruin worden en huidskleur. G ziet er vrij Meditteraans uit - hoewel hij helemaal Nederlands is met een haartje Indisch bloed - terwijl Sophie en ik eruit zien alsof we in een Vermeerschilderij wonen en een stuk sneller verbranden en minder bruin worden dan hij.
"Er wonen natuurlijk ook witte mensen in Indonesië." zegt G.
"Ja," antwoord ik, "maar als je naar ons kijkt denk je niet meteen: die komen uit Indonesië."
"Nee." kaatst G direct. "Dan denk je: die komen uit de Albert Heijn!"




In my defence: deze komen toch echt uit de Albert Heijn?


 

zaterdag 27 juni 2026

het was hier stil

 Nou, op het blog dan. Jeminee, in het echte leven was het niet stil (goh, zouden die twee punten met elkaar te maken hebben?)
Vijf weken geleden is Sophie dan eindelijk aan haar knie geopereerd. Ze hebben in die operatie haar knieschijf verplaatst en er een nieuwe band omheen gemaakt. Daarna moest ze in het gips, en volgende week heeft ze weer een foto. 
Gelukkig ziet alles er goed uit en gaat het herstel goed. De eerste dagen waren heftig, hoor, het arme kind met hevige pijn in de tuin (het was prachtig weer), en de enige beweging van de dag was halverwege naar de andere kant van de tuin omdat de schaduw verplaatst was. Maar gelukkig ging het al snel een stuk beter en zowel de chirurg als de fysio zijn heel tevreden! 

De week ervoor was er een groot concert/festival vol jong talent, wat ik met vriendin en duopartner J organiseerde, en hoewel dat fantastisch was was het ook een hoop werk. Gooi er naast alle zorg voor en om Sophie nog een paar andere crises bij, zoals dingen soms gaan in het leven, en nog wat andere Grote Belangrijke Ontwikkelingen waar ik hier misschien nog wel over ga schrijven... nou, dan heb je dus een recept voor een stil blog ;-)

Maar! De rust keert hier weder, het wordt zo langzamerhand zomervakantie, adem in adem uit en ik ga wat van de halve blogs die ik in de tussentijd wel heb getypt afmaken en allerlei dingen publiceren! Dus ik hoop dat iedereen weer meeleest. 


Gelukkig kon een ijsje eten wel


dinsdag 28 april 2026

Wat een leuk mannetje

 Gisteren liep ik (ja, je verwácht het niet ;-)) door het park. Eerst mijn gewone uitgebreide rondje en toen nog even naar de Mare voor wortels en worstjes. Ik had - tegen mijn gewoonte in als ik wandel - mijn telefoon in mijn handen om vriendin J te appen. Op dat moment stroomde van links een korte, oude, vief uitziende man in mijn vaarroute. 
"Mij niet bellen hoor!" grapte hij. "Ik ben er niet!"
Kijk. Ik ben natuurlijk altijd te porren voor een gebbetje. 
"Ah ja. Je bent zeker niet thuis?"
De ogen van de man begonnen direct te glimmen en hij versnelde zijn pas om naast me te komen lopen. 
"Wil je een mop horen?" zei hij met net genoeg hoop in zijn ogen dat ik natuurlijk nooit nee zou zeggen.
"Tuurlijk."
"Okee. Er was eens een weduwe, en na een poosje ging die daten met een man. Toen ze een half jaar verkering hadden vroeg ze hem of hij mee wilde naar de slaapkamer. Nou, dat wilde hij wel! Nou, daar waren ze in die slaapkamer, aan het sporten..." Guitig keek het mannetje me aan met een betekenisvolle blik, "en toen zei die vrouw 'nou, als mijn man me zo kon zien, zou hij zich omdraaien in zijn graf!'. Dus toen zei de man: 'oh, dan doen we het straks nog een keer, dan ligt hij weer recht.'"
Ik lachte beleefd. 
"Ik woon in een seniorenflat," vervolgende de man enthousiast. "En daar woont ook een vrouw die vroeger in Amsterdam bij de wc's zat. Nou, die heeft de beste moppen hoor! Zo was er eens een man, die ging naar Afrika op Safari en toen hij ging douchen was er in ene een olifant. Begint die olifant zomaar te lachen! Dus die man vraagt waarom de olifant lacht. Kijkt 'ie naar beneden. 'Moet jij met dat kleine ding eten?'"
Luid lachend liep de man naast me de Mare in en vervolgde na een groet zijn weg naar links, terwijl ik glimlachend de Appie in liep. 





zaterdag 18 april 2026

Hóe heb je precies je hand bezeerd?

Al zo'n honderd jaar hebben wij een Bamix (zo'n oersterke, onverwoestbare mixer die mensen een leven lang gebruiken). Die doet het dus ook al honderd jaar, alleen had het snoer een keertje te dicht bij de vlam gelegen en dus was er een stukje omhulsel gesmolten. En zo kon het komen dat ik eergisteren hoopvol de aan-knop indrukte en er niets gebeurde.  

Stuk. 

Ben keek er eens gewichtig naar en concludeerde: dat moet het snoer zijn. En vervolgens: dat moet ik kunnen fixen. 
Vandaag was het zover. Hij toog naar de bouwmarkt en kwam terug met een vers snoer, waarna hij de soldeerbout van zolder zocht. 
Nu moet je weten dat solderen tot nu toe niet een bijster succesvolle bezigheid is geweest van mijn geliefde echtgenoot. Hij had er dus zelf dan ook niet bijzonder veel vertrouwen in, maar toch ging hij het proberen. 
"It's not melting!**" "Why is it not coming loose?" "Mompel, mompel." "Aargh!" 
Zomaar een bloemlezing uit de uitroepen die volgden terwijl de echtgenoot zich voor het aanrecht met leesbril op het puntje van z'n neus boog over de arme Bamix, die niet zo lekker wilde meewerken. Ook sneed hij zich eens flink in z'n vinger, zó flink dat ik met hechtpleisters aan de gang moest.

Na een poosje liet ik man en soldeerbout aan het aanrecht en ging ik wandelen. In het zonnetje door het park, ook al was het wat kouder dan gisteren, was het heerlijk toeven tussen de bloesems en ontluikend groen. En toen trilde mijn telefoon en kreeg ik een foto van een hand, één vinger bebloed ondanks de hechtpleisters en een boze, rode streep op een andere. Een app volgde direct.
I still have three working fingers on this hand. 240 volts is quite a lot. The Bamix works.

Oeps. Wat blijkt nu? Hij vond de snee toch niet voldoende beschadigingen. Daar moest toch echt nog een brandwond van de soldeerbout bij. Driehonderddertig graden Celcius is, weet ik uit betrouwbare bron, best warm. Ook leek het hem een slim plan om het gefixte snoer weer aan te sluiten terwijl de stekker van de Bamix in het stopcontact zat*.

Nou ja. De vinger is netjes ingepakt en zijn hart doet het nog ;-). En de Bamix ook weer! 





*Inside information van Sophie, die erbij was, het gesprek tussen hen schijnt ongeveer als volgt geklonken te hebben:
"OW!"
"Are you okay?"
"NO!"
"What happened?"
"I forgot to unplug the thing."
"Isn't that kind of the first cardinal rule of anything electric?"
"YES!" Kijkt beduusd om zich heen en zegt dan beteuterd: "I just took 240 volts to the system!"


** Voor mensen die hier nieuw zijn: Ben is Engels, en ook al spreekt hij intussen prima Nederlands is het Engels thuis onze voertaal. 

zondag 12 april 2026

Als je dochter opera zingt op school

 Vandaag is het De Dag van de Franse Taal, ofwel La journée de la langue Française, op het gymnasium waar mijn dochter in de vijfde zit. Achter deze dag zit de bevlogen Madame S, die Frans geeft en twee jaar lang de docente van Sophie was. Oh, wat mist Sophie madame S, want van haar huidige docente Frans is ze op z'n zachts gezegd geen fan. (Stel je even de gefrustreerde, meewarige toon van de tiener voor: "Mummy. She spends the lesson reading the syllabus. In BROKEN FRENCH. There's a French boy in the class, who doesn't understand a word she says in French." etc.)

Maar goed. Drie jaar geleden kwam Mme S er bij toeval achter dat Sophie zingt en ze vroeg haar toen om iets Frans te zingen tijdens het pauzeprogramma van de Journée de la L.F.. Ik begeleidde haar op het vleugeltje in de aula en ik was toen zo enorm onder de indruk dat de hele aula vol tieners stil werd en naar klassieke muziek luisterde. Nou, fast forward naar vandaag en het was de derde keer dat Sophie gevraagd werd voor de JdlLF. Van tevoren had ze hard nagedacht over wat ze wilde zingen. Toch weer een Fauré lied? Of toch die Poulenc die ze zo mooi vindt en waar we aan hebben gewerkt? Of zouden we echt gaan voor de menigte plat en de Habanera uit Carmen zingen? Ze studeerde het gauw in en hoewel ze het gisteren toen we nog even een last-minute zangles deden nog niet uit haar hoofd kende weigerde ze van blad te zingen. Dat kwam wel goed, vond ze.

Vandaag was ik om kwart voor één op school. Ik had een mooie jurk meegenomen voor Sophie want zo'n aria zing je toch eigenlijk niet in spijkerbroek?
"Everybody else is in jeans!" sprak ze twijfelend, maar toen zag J. - een vriendin van Sophie en één van de andere deelneemsters - de jurk die ik in mijn handen hield en Sophie werd en groupe overtuigd en trok de jurk toch maar aan. 
Tja. Ik keek haar zo eens op en neer. Adidas gympies onder een mooie gouden galajurk. Iets met een vlag en een strontschuit. Op sokken dan maar? Nee, dat was ook geen gezicht. Ze keek begerend naar mijn schoenen en met een kleine zucht trok ik ze uit en ruilden we van chaussures.
"Hebben jullie dezelfde maat?" vroeg J. achter ons. 
"Ongeveer overal." zei ik haar, terwijl ik naar mijn bescheiden boezem wees. "Behalve daar." 
Gelach alom, natuurlijk. 
Sophie stond intussen op mooie, zwarte hakjes beeldig te wezen en ik trok de gympies aan onder mijn jurkje en nam plaats achter de piano. 

Spoedig stroomde de aula vol met tieners, in maat variërend van héle jonge intermezzoërs (een tussenjaar tussen basisschool en het gymnasium) en eigenlijk al zo ongeveer volwassen zesdeklassers. Het was een geroezemoes van jewelste maar du moment dat Mme S. de eerste zangeres (van vier) aankondigde was het stil. Elke deelneemster werd van harte toegejuicht, en dat is dus echt bijzonder goed voor mijn ziel. Dat was toch in 'mijn tijd' echt anders, hoor! Sophie was als derde aan de beurt en werd liefdevol aangekondigd door Mme S.
"Na het gymnasium wil ze graag naar het conservatorium. Ze treedt regelmatig op..." een mooie samenvatting volgde en toen begon ik met de eerste maten van de Habanera. Meteen verstomde het overgebleven geluid in de aula en iedereen luisterde geboeid naar Carmen: tot het moment dat in ene de geluidsinstallatie op het podium keihard begon te spelen! Hahaha. Als ik het nu terugluister duurt het nog geen seconde maar op zo'n moment lijkt het wel een minuut. Maar Sophie zong gewoon door, en na de slotnoot barstte de aula uit.
"C'est impressionant, non?" sprak Mme S trots toen het applaus verstomd was.

J. zong vervolgens nog een mooi lied en daarna mochten alle zangeressen én moest ook de moeder van Sophie op de lompe gympen van haar dochter het podium opkomen voor een mooi bosje tulpen. En zo lag er weer een Dag van de Franse Taal achter ons. 

Hulde voor bevlogen docenten die geven om hun vakgebied en hun leerlingen. Hulde ook voor deze generatie jongeren die luid juichen voor opera. Hoe bijzonder is dit?