Translate

donderdag 16 juli 2026

Over uitlaten en vriendinnen

 Ben en Sophie gingen vrijdag in Amsterdam Sophie's beste vriendin M. van het station halen. Beide meiden keken al een poos halsreikend uit naar de reünie want tja, als je beste vriendin in een ander land woont zie je die natuurlijk minder vaak dan je zou willen! Het was warm, en de airco in onze auto heeft het helaas begeven, maar dat mocht de pret niet drukken. Ook had M wat vertraging maar een 40 minuten later dan verwacht kreeg ik toch een foto van twee blonde jonge vrouwen op de achterbank. Hoera! 

Rustig zat ik hier te lezen toen de auto de straat in kwam. 
De meiden vertelden het me direct. Er was een hard geluid, papa dacht in de uitlaat, en ze waren toch naar huis gereden. Ik ging gauw polshoogte nemen bij Ben, die intussen in de open motorkap stond te turen alsof het zijn brood en boter was. 
"Watskeburt?"
Ben vertelde dat hij dacht dat de uitlaat lek was, en hij stelde voor om op maandag de garage te bellen. 
Tja. Noem me een mietje maar ik vond het toch best een beetje spannend dat hij zo naar huis was gereden en ik belde toch liever even de ANWB om zeker te weten dat er niets van de auto af zou donderen of zo. 

"De wachttijd loopt erg op." sprak het bandje dat mijn oproep beantwoordde. "Als u op een veilige plek staat, kies 1."
Ik koos braaf 1. 
"U krijgt een sms, waarin u zich online kunt aanmelden. De verbinding wordt nu verbroken."
Heb ik al eens verteld hoe ontzettend veel ik hou van AI bots? Is er ook iemand die gelooft dat het inderdaad druk is, en dat ze niet gewoon simpelweg minder telefonisten willen betalen?
Maar goed. Braaf vulde ik zelf alles online in en ik kreeg de optie tussen 'ik sta veilig en heb geen haast' en 'ik heb zo spoedig mogelijk iemand nodig.'
We hadden geen haast, natuurlijk. Maar toch stond er al na een uur iemand voor de deur! (Blijkbaar toch niet zo druk, meneer de AI bot). Een vriendelijke man kwam uit zijn gele auto. Ik legde uit wat er aan de hand was en hield de sleutel omhoog. 
"Moet ik hem starten?" 
"Nee hoor." sprak de man droog terwijl hij met zijn voet pompend op de uitlaat de auto een schurend, hijgend geluid ontlokte. "Ik heb het al gezien."
Hij pakte een soort opvouwbare yogamat uit de auto en lag binnen de kortste keren op de grond. Nog een paar tellen later lag onze einddemper ernaast. 
Sja. Béétje jammer. 
Ik vroeg hem of we nu veilig naar de garage konden rijden. Dat kon. 
"Je hebt wel een sportief geluidje." sprak de man. Ik lachte maar eens. 
"Ja, het is nu een V8." (nu moet je niet denken dat ik iets van auto's weet, ik heb alleen voldoende Top Gear gekeken om in elk geval te snappen wat dat betekent. Ongeveer, dan.)
De man lachte terug en vertrok. 

Nou wil het toeval dat wij normaal gesproken de auto helemaal niet zoveel gebruiken. We doen bijna alles met de fiets. En mijn moeder, die een halve kilometer verderop woont, heeft ook een auto, dus normaal gesproken zou er ook nog een back-up zijn. Maar dan heb je niet met "Sod's law" gerekend! 
Sod's law, of de wet van Murphy, zorgt ervoor dat in het éne weekend dat:
A) Sophie een vriendin te logeren heeft en allerlei uitstapjes bedacht heeft
B) Sophie nog niet kan fietsen want herstellende van knie-operatie en 
C) Mijn moeder weg is naar familie, mét haar auto...
precies dan de uitlaat het begeeft ;)

Maar dan zijn er gelukkig lieve mensen, in dit geval in de vorm van vriendin J., die zonder dat ik erom vroeg aanbood dat we hun auto wel mochten lenen dit weekend. En zo kon het komen dat de meiden tóch al hun uitstapjes kunnen maken <3




P.S. Ik heb Ben nog wel gevraagd om een eventuele volgende keer toch maar wél de ANWB te bellen! 

vrijdag 10 juli 2026

De fiets is dood. Leve de fiets!

 Met meer dan een beetje schroom ging ik naar de fietsenwinkel. Eigenlijk wilde ik helemaal geen nieuwe fiets. Ik wilde mijn oude fiets. En los daarvan heb ik nog nooit in mijn hele leven een nieuwe fiets bezeten. Altijd tweede- of meerdehands. Maar op Marktplaats zag ik niet veel fietsen in de juiste maat, en ik wilde ook wel graag wat informatie. 

Zo kwam het dus dat ik de Bike Action binnenliep. Een vriendelijke jongen vroeg me naar het verhaal en waar ik naar op zoek was. Uiteraard wilde hij ook weten wat het budget was. Kijk. Deze meneer kent z'n fietsen, dat is me wel duidelijk, want toen ik mijn verhaal had gehouden kwam hij direct met een onverwachte optie: een hybride fiets van Orbea. Die heeft, zo vertelde de aardige jongen, een racefietsframe met een sportstuur, maar ook spatborden, een bagagedrager, naafdynamo, schijfremmen... ongekende luxe als je altijd op een racefiets reed. Hij stelde voor dat hij een S zou bestellen (Tja. Ik ben nou eenmaal niet langer dan 1,67, ik pas heus niet op de maat XL die ze in huis hadden) en dat hij de XL in elkaar zou zetten zodat we hem in elk geval nog konden bekijken. Ik zat nergens aan vast. 

Nou. Dat in elkaar zetten vond ik in elk geval een goed idee en zo kon het komen dat ik een paar dagen later weer in de winkel stond, dit keer met een fiets voor mijn neus die veel te groot voor me was, en een Ben naast me die al zijn 192 centimeters had meegenomen om hem uit te proberen. 
Hij fietste er al gauw op weg en kwam terug met de medeling dat hij fijn was. Ik keek zo eens naar dat frame en toen naar de jongen van de winkel en vroeg: als het zadel nou op z'n laagst staat, kan ik er dan niet op? 
Nou, dat viel te proberen en even later stond ik toch buiten mét de fiets voor een proefrit. Ik fietste de Vondelstraat op en neer, de wind in mijn haren. Wat een fijne fiets! Het stuur was fijn (ik hou niet zo van racefietssturen) en hij trapte supermakkelijk. Ik moest alleen nogal uitkijken met afstappen, ha ha ha. Stel je een kuiken voor op een struisvogelei, dan kom je ergens ;-). Ook was de fiets wat zwaarder dan de oude. Maar was dat erg? De fiets was fijn. Fijn genoeg, met de aanmoediging van mijn lieve moeder die zei "ik betaal de helft wel", om hem te bestellen. 

Nou... de rest is geschiedenis. Een week later was er een fiets. Ik ging nogmaals uitgebreid proberen. Dit keer fietste ik helemaal langs het fietspad naar het park zodat ik goed kon voelen hoe hij zich gedroeg. Ja, de fiets was fijn! 


Superaardige broers bij de fietsenwinkel. Ik kreeg honger intussen want het duurde wat langer dan verwacht, dus Ben kocht druiven. Delen is leuk, toch?



Na de proefrit besloot ik ja, ik durf. Ik koop een fiets. Ben ik dan nu officieel volwassen of zo? Maar goed. Nu is de fiets al drie weken mijn fiets en de eerste 150 km zitten er al op. En ik ben er zo blij mee! Hij is inderdaad iets zwaarder in gewicht maar trapt heerlijk. En ik krijg er vele voordelen voor terug: een spatbord, lichten die het gewoon doen, fijn stuur, een fietstas aan de bagagedrager: Anke is blij :-)





maandag 6 juli 2026

Meer dan een kapotte fiets

 De herinnering staat in mijn geheugen gegrift alsof het gisteren was. We schrijven september 2008 en ik was zwanger, nog maar zo heel pril dat ik nog niet eens kon testen (toch wíst ik het, gewoon, omdat ik het wist). Ik stond in een woonkamer in Den Helder waar een box stond met een verse baby en een geel met blauwe racefiets. Die baby was de reden dat de ietwat stugge Heldenares voor mij haar fiets verkocht. Voorlopig zou ze toch niet kunnen fietsen. Ik keek naar de baby, dacht eens aan mijn eigen buik die niet meer leeg was en zei niks.

Het was echt een hele goede fiets. Duur, ook, ze wilde er €700 voor hebben. Maar toen ik eenmaal een stukje had gefietst en voelde hoe ontzettend fijn hij fietste, en hoe perfect de maat voor mij was, was ik toch om. Een Koga Myata racefiets, eentje waar ik de eerste tijd regelmatig complimenten van fietsers in strakke pakjes over zou krijgen ("mooie fiets!"). Dat boeide mij eigenlijk niet zo, en de kleuren vond ik ook al niet fantastisch. Blauw is mooi, geel ook, de combi hoeft voor mij niet zo. Toch stonden we een kwartier later in een winkelcentrum om €700 te gaan pinnen. Tikkies bestonden nog niet. 

Een paar dagen later fietste ik voor het eerst een eind op de fiets en wát was hij fijn! En toen... tja, toen werd ik strontziek door de zwangerschap en bleef dat acht maanden, waarna mijn bekken ervoor zorgde dat ik ook daarna nog maanden niet kon fietsen. Maar ik stapte er zodra het weer kon op, met baby Sophie in een fietskar achter me aan. 
Jarenlang was de fiets een goede vriend. Ik had fysiek slechte tijden, waardoor ik langere tijd niet kon fietsen, krabbelde op en kon weer steeds langer en steeds verder. Heerlijk. De kleurcombinatie was allang vergeten: dit was mijn perfecte fiets.

En toen gebeurde het. Ben en ik gingen op de fiets naar Bergen en ken je toevallig die vreselijke klinkerstraatjes daar? Knal! Een hard geluid, een stukke spaak. 
Nu is het bijzondere aan deze fiets dat hij maar een paar spaken heeft. Dat was een soort stoer idee van Koga. Ziet er ook supertof uit, totdat je dus één spaak breekt en meteen je wiel stuk is. 

Het werd erger, want Ricycle, de fijne fietswinkel op de Laat, bekeek de fiets eens goed en vertelde me toen dat hem fixen minstens €300 zou kosten. En dat ik me kon afvragen of dat wel de moeite waard was voor zo'n oude fiets. Dat ik ook kon gaan kijken bij een racefietsenwinkel voor een vervanger. 

En jongens. Ik vind het dus zó sneu!! Die fiets, die Sophie's hele leven (letterlijk) mijn fiets was, betekent toch echt wat voor me. Is het nou heel stom dat ik daar sip over ben?
De dag er na ging ik braaf naar de racefietsenwinkel om eens te kijken naar de mogelijkheden. Ook zij wilden toch wel graag even naar mijn fiets kijken en ze waren nog wat harder: ja. Die is af. En die wielen, dat zag er tof uit maar Koga Myata maakte ze maar heel even want ze kwamen er al snel achter dat het een belachelijk idee was. 

Tot zover de beoordeling van de racefietsenwinkel ;-). 


Ik liep, toen we de fiets met de auto ophaalden, nog even bij Ricycle naar binnen. 
"Krijg je nog wat van mij voor het onderzoek?" vroeg ik. 
"Zeker niet." sprak hij. "Dat is gewoon een stukje service."

En zo begon de zoektocht naar de nieuwe perfecte fiets. 




dinsdag 30 juni 2026

Verdwaald zonder gemeenschappelijke taal

 Ik loop de straat uit richting het park, als een Chinees uitziende meneer met zo'n bezorgfiets me voorzichtig staande houdt. Ik merk meteen aan zijn communicatie dat hij geen Nederlands en ook geen Engels spreekt. En mijn Mandarijn... nou, ik kan zeggen dat ik Anke heet, tot 10 tellen en hallo zeggen, daarmee houdt het wel op en geen van die dingen helpen met iemand de weg wijzen. Wat dat dát is waar hij naar op zoek is is me wel duidelijk. 
Hij houdt zijn rechter wijsvinger omhoog en braaf blijf ik wachten terwijl hij op zijn telefoon in whatsapp iets zoekt. Aan de karakters zie ik in elk geval dat het inderdaad Chinees is. Dat helpt al iets ;-)
Hij haalt een foto tevoorschijn en zoomt in op het adres: een restaurant in Bergen. Oei, dat is niet echt om de hoek. Prima te fietsen hoor, maar als je niet kunt communiceren en geen idee hebt hoe er te komen nog wel een ding. Ik denk even na. Hoe ga ik in Godsnaam uitleggen hoe hij moet fietsen? Ik bedenk me dat ik maar gewoon moet aangeven hoe hij in Bergen komt, dan is hij in elk geval in de buurt. 
Na nog vijf seconden nadenken pak ik mijn telefoon en open Google Translate. Ik verander de doeltaal naar Chinees (oei, wat zal hij lezen, traditioneel of simplified? Ik heb geen idee dus gok maar op simplified) en typ in hoe hij moet rijden, waarna ik op translate druk en de man het resultaat laat lezen. 

Blij kijkt hij me aan en hij wijst nog. Die, en dan rechts en dan links? Ja, knik ik. En dan zwaai ik gedag en loop het park in. 

Jeetje. Misschien moet ik toch weer verdergaan met Mandarijn proberen te leren op Duolingo ;-)

Iemand zin om dit te proberen uit te spreken?


zondag 28 juni 2026

Falafel en andere levensvragen

Ik zit met Sophie op Sophie's bed. Dit gebeurt vaak. Meestal als ik langsloop om even iets melden, zij beslist roept: "stay!", en we uren op het bed zitten te bomen over niks en het leven. 
Ik ben heel gelukkig, want ik heb net falafel gegeten. Met hummus. Heel lang kon ik zulke dingen niet eten wegens reagerende, sensitieve buik, maar de laatste tijd gaat het supergoed met eten en in ene is de wereld mijn oester (hoewel ik die dan weer niet eet ;-)). 
"Where does falafel actually come from?" vraagt ze. 
"Chick peas." (kikkererwten) antwoord ik zonder veel nadenken, de vraag verkeerd interpreterend. 
"No, where!"
"
Oh, Albert Heijn." 

Nu kijkt Sophie me aan alsof ik nog maar een halve hersencel heb en die op vakantie is gegaan. 
"No, WHERE! Like, which country?"
In ene snap ik eindelijk de vraag en we schieten samen in de lach. 
"North Africa." hik ik, waarna ze nog even opzoekt waar precies (het blijkt Egypte, volgens Google).

Okee. Dat was niet mijn helderste moment. 


Een poosje later zitten we beneden. Sophie's vriendje G is net binnengelopen en voordat ik eten ga maken hebben we nog even een geanimeerd gesprek. Sophie hem heeft verteld over mijn heldere moment met de falafel, maar intussen hebben we het over bruin worden en huidskleur. G ziet er vrij Meditteraans uit - hoewel hij helemaal Nederlands is met een haartje Indisch bloed - terwijl Sophie en ik eruit zien alsof we in een Vermeerschilderij wonen en een stuk sneller verbranden en minder bruin worden dan hij.
"Er wonen natuurlijk ook witte mensen in Indonesië." zegt G.
"Ja," antwoord ik, "maar als je naar ons kijkt denk je niet meteen: die komen uit Indonesië."
"Nee." kaatst G direct. "Dan denk je: die komen uit de Albert Heijn!"




In my defence: deze komen toch echt uit de Albert Heijn?


 

zaterdag 27 juni 2026

het was hier stil

 Nou, op het blog dan. Jeminee, in het echte leven was het niet stil (goh, zouden die twee punten met elkaar te maken hebben?)
Vijf weken geleden is Sophie dan eindelijk aan haar knie geopereerd. Ze hebben in die operatie haar knieschijf verplaatst en er een nieuwe band omheen gemaakt. Daarna moest ze in het gips, en volgende week heeft ze weer een foto. 
Gelukkig ziet alles er goed uit en gaat het herstel goed. De eerste dagen waren heftig, hoor, het arme kind met hevige pijn in de tuin (het was prachtig weer), en de enige beweging van de dag was halverwege naar de andere kant van de tuin omdat de schaduw verplaatst was. Maar gelukkig ging het al snel een stuk beter en zowel de chirurg als de fysio zijn heel tevreden! 

De week ervoor was er een groot concert/festival vol jong talent, wat ik met vriendin en duopartner J organiseerde, en hoewel dat fantastisch was was het ook een hoop werk. Gooi er naast alle zorg voor en om Sophie nog een paar andere crises bij, zoals dingen soms gaan in het leven, en nog wat andere Grote Belangrijke Ontwikkelingen waar ik hier misschien nog wel over ga schrijven... nou, dan heb je dus een recept voor een stil blog ;-)

Maar! De rust keert hier weder, het wordt zo langzamerhand zomervakantie, adem in adem uit en ik ga wat van de halve blogs die ik in de tussentijd wel heb getypt afmaken en allerlei dingen publiceren! Dus ik hoop dat iedereen weer meeleest. 


Gelukkig kon een ijsje eten wel


dinsdag 28 april 2026

Wat een leuk mannetje

 Gisteren liep ik (ja, je verwácht het niet ;-)) door het park. Eerst mijn gewone uitgebreide rondje en toen nog even naar de Mare voor wortels en worstjes. Ik had - tegen mijn gewoonte in als ik wandel - mijn telefoon in mijn handen om vriendin J te appen. Op dat moment stroomde van links een korte, oude, vief uitziende man in mijn vaarroute. 
"Mij niet bellen hoor!" grapte hij. "Ik ben er niet!"
Kijk. Ik ben natuurlijk altijd te porren voor een gebbetje. 
"Ah ja. Je bent zeker niet thuis?"
De ogen van de man begonnen direct te glimmen en hij versnelde zijn pas om naast me te komen lopen. 
"Wil je een mop horen?" zei hij met net genoeg hoop in zijn ogen dat ik natuurlijk nooit nee zou zeggen.
"Tuurlijk."
"Okee. Er was eens een weduwe, en na een poosje ging die daten met een man. Toen ze een half jaar verkering hadden vroeg ze hem of hij mee wilde naar de slaapkamer. Nou, dat wilde hij wel! Nou, daar waren ze in die slaapkamer, aan het sporten..." Guitig keek het mannetje me aan met een betekenisvolle blik, "en toen zei die vrouw 'nou, als mijn man me zo kon zien, zou hij zich omdraaien in zijn graf!'. Dus toen zei de man: 'oh, dan doen we het straks nog een keer, dan ligt hij weer recht.'"
Ik lachte beleefd. 
"Ik woon in een seniorenflat," vervolgende de man enthousiast. "En daar woont ook een vrouw die vroeger in Amsterdam bij de wc's zat. Nou, die heeft de beste moppen hoor! Zo was er eens een man, die ging naar Afrika op Safari en toen hij ging douchen was er in ene een olifant. Begint die olifant zomaar te lachen! Dus die man vraagt waarom de olifant lacht. Kijkt 'ie naar beneden. 'Moet jij met dat kleine ding eten?'"
Luid lachend liep de man naast me de Mare in en vervolgde na een groet zijn weg naar links, terwijl ik glimlachend de Appie in liep.