donderdag 26 november 2020

Spaghetti engel

 Ben is moe. Hij gaat even languit liggen op de grond, terwijl S, die graag op de grond eet, nog haar bord leeg eet naast hem.
Wij maken hier nóóit grapjes, dus ik zeg:
"You're trying to make a snow angel?"
Ben kijkt me met een scheef oog aan.
"I'd need some snow for that."
"You could make a dust angel?" grap ik. Sophie verslikt zich zowat in haar spaghetti.
Ben begint zijn armen op en neer te bewegen.
"I would move my legs, but I fear I'd make a spaghetti angel."




woensdag 25 november 2020

Check mate

 Sophie heeft haar soep op, en ook de drie maiswafels die naast haar kom lagen, de laatsten uit het pak. Dan draait ze zich naar me om.
"Mummy, can I have another cracker?"
Ik schud mijn hoofd. "No, I'm not opening a whole other packet for one cracker."
Ze draait zich terug, maar even later komt het hoofdje weerom. Er glinstert iets in haar ogen en ze steekt drie vingers in de lucht.
"Mummy, can I have *three* crackers? Then you won't have to open the packet for just one cracker."




donderdag 12 november 2020

Postbode, wilt u een snoepje?

 De regen striemt tegen de ramen. Bijna horizontaal komt het in stromen naar beneden. Ik sta in de keuken als ik beweging zie in de voortuin. Het is de postbode, die in een doorweekt zwart met oranje regenpak snel in onze windvang komt staan en huivert. Hij komt duidelijk even schuilen. 

Ik heb het best met hem te doen, eigenlijk. Tuurlijk is het zijn werk en is hij vast niet van suiker, maar het is gewoon echt rotweer. Liefst zou ik hem even binnenvragen en koffie aanbieden, maar dat zal hij vast niet willen, en al helemaal niet in coronatijd.
Maar in de gang staat nog de kom met snoepjes, die gisteravond buiten stonden voor Sint Maarten. Zal ik?
Voor ik het helemaal besloten heb loop ik al naar de gang, pak de kom en open de voordeur.
"Goedemorgen, ik dacht, misschien wil u een snoepje?"

Hij kijkt me verrast aan en reikt in de kom.
"Moet ik zeker ook nog een liedje zingen?" grapt hij terug.
Ik lach.
"Schuil maar rustig, hoor!" zeg ik, en ik loop weer naar binnen.
Hij staat er een poosje totdat de regen afneemt. Dan loopt hij terug naar zijn fiets, en even later loopt hij weer de voortuin in. Dit keer kleppert de brievenbus: de post is er.

Sint Maarten in Coronatijd

 Ik ben echt een groot fan van Sint Maarten, zoals ik al eerder heb benoemd op dit blog.
Lieve kindjes die door donkere straten lopen met een lampionnetje en schattige liedjes zingen voor een snoepje. What's not to like?
Maar dit jaar... dit jaar werd er aangeraden om niet te lopen. En wij houden ons graag aan wat aangeraden wordt, dus ik dacht na over hoe we het dan konden aanpakken en ik maakte een Plan. 

Gisteravond was het zover. Elf November was de dag, buiten stonden snoepjes en een lichtje op de picknicktafel in de voortuin voor hen die wel liepen en binnen waren de kaarsjes aan. Ik had mijn moeder uitgenodigd - natuurlijk - en ik had beloofd dat we Grieks eten zouden maken. Dus toen zij binnenkwam gingen de aardappels in de oven en ging ik over tot het tweede deel van het Plan: spelletjes!
Er is een variant van Trivial Pursuit dat heet: Wedden dat je het weet?, dat me enorm geschikt leek voor de gelegenheid. Het is sowieso een erg leuk spel om als gezin te spelen, omdat het de kennisvragen van Triviant op een toffe manier combineert met inschatten of je medespelers iets zullen weten of niet. Daarvoor kun je dan fiches inzetten, en de fiches van vijf had ik om in het thema te blijven vervangen door toffees van de Ekoplaza.
Het was zó gezellig dat we pas laat gingen eten omdat we eerst het spel wilden afmaken! Uiteindelijk wist ik te winnen en iedereen had snoepjes voor z'n neus om op te eten. Behalve Ben, die houdt niet van snoepjes dus gaf de zijne aan Sophie.
Genoemde Sophie was sowieso een mazzelkont, want ze kreeg lieve oorbelletjes van mijn moeder en een mini-jenga van ons, die ik had gescoord toen we in de herfstvakantie een weekend weg waren in Barneveld.

Toen was het uiteindelijk toch etenstijd. De tzatziki had ik al eerder gemaakt. Dat klinkt wellicht heel ingewikkeld maar is eigenlijk echt heel simpel. Ik gooi het recept wel even op het blog, een dezer dagen, mocht je het zelf willen proberen. Dus hoefden we alleen maar even de gyros te bakken, die mijn moeder had meegenomen, en de pitabroodjes in de oven te gooien. Ben maakte mayo en haalde de aardappels uit de oven en binnen een paar minuten stond een simpel feestmaal op tafel.
We hebben allemaal echt heel hard genoten en ik denk eerlijk gezegd niet dat Sophie ooit nog wil lopen met Sint Maarten, ik denk dat ze vanaf nu elk jaar dit wil ;-)

Goeie traditie voor met Grote Kinderen, toch? 




donderdag 5 november 2020

Body positivity

 Zachtjes remt hij en stapt haast verlegen half van zijn fiets, achter mij op de stoep.
Ik ben zwaar beladen met een volle rugzak met boodschappen en nog twee nettasjes in mijn handen. Hij is een grote man, eind twintig schat ik, dik ingepakt tegen de kou.
"Mevrouw?" vraagt hij zacht. Ik draai me om en kijk hem aan.
Wat wil hij? Wil hij de weg vragen? Of is hier een ander motief?
"Ik moet even iets kwijt." zegt hij dan, en aarzelt even.
"Okee?" antwoord ik.

"Dit moet je niet verkeerd opvatten... maar ik wilde even zeggen dat je echt een heel mooi figuur hebt."
Ik zeg niets, maar de verbazing over deze plotselinge ontboezeming zal vast op mijn gezicht te lezen zijn.
"Het figuur dat ik wil." voegt hij toe in dezelfde zachte stem, en ik hoor dat het uit z'n tenen komt.
"Dank je wel." zeg ik maar. Wat moet ik anders zeggen? Ik glimlach naar hem en ik loop door, terwijl hij weer op de fiets stapt. 

Het is grappig, want in alle eerlijkheid en alle body positivity die ik over Sophie uitstort ten spijt, vind ik het zelf nogal lastig om dat zo te zien. Altijd al, eigenlijk. Als te dikke tiener, als slanke twintiger, en al helemaal na Sophie, toen mijn lijf zomaar besloot dat het een goed idee was om veel aan te komen.
Dit is dan ook wat ervoor zorgt dat, als ik een paar minuten later de voordeur binnenstap en aan Ben dit verhaal vertel, hij direct reageert met iets als:
"Okee, ga je het dan nu eindelijk geloven?"

Hoeveel vrouwen ken ik eigenlijk, die zich simpelweg lekker in hun vel voelen en echt blij zijn met hoe ze eruit zien? 

Deze jongen was oprecht en lief, en hij zette me aan het denken. En hoewel ik nog altijd een stuk liever heb dat mensen me aantrekkelijk vinden om wat zich aan de bínnenkant bevindt, is dat toch waardevol. 




zondag 18 oktober 2020

Wat een avonturen! Lekke banden, bakstenen en meisjes in het donker.

 Gistermiddag besloten we even naar de stad te gaan. Mondkapjes netjes mee, en mijn moeder in haar mooie nieuwe booster, zodat ook zij weer uit de voeten kan!
Wij zouden met zijn drieën op de fiets gaan. Nu had mijn fiets een langzaam leeg lopende band, nadat die gerepareerd werd door de niet-zo-denderende fietswinkel in het winkelcentrum hier, maar doorgaans ging dat toch prima met van te voren nog even stevig oppompen.
Ben pompte de band op en we gingen! Maar al na een paar honderd meter voelde ik het: hij was nu echt, echt lek. We keken elkaar eens aan: wat nu? Uiteindelijk besloten we maar terug te lopen en de auto te pakken. Mijn moeder was intussen al halverwege naar de stad geboosterd, dus we zouden haar nu snel achterna moeten rijden. Ben gaf me zijn fiets, zodat hij kon rennen naast de mijne, ik stapte op en fietste al kontje draaiend (Ben is 1,90 meter, ik 1,67 ;-)) terug naar huis.
Totdat ik bij de bocht kwam. Ik probeerde te remmen, maar ai! Waar zaten die remmen nou? Uit alle macht zocht ik, maar nergens waren de remmen te bekennen. Gauw keek ik om me heen. Voor me was een meneer, die gelukkig zag dat ik in de problemen zat. Ik kon niet de bocht in de weg op draaien, want er was een auto. Dus was er maar één weg: de stoep op en de berm in. Ik tilde het stuur omhoog en reed het gras in, waardoor ik direct afremde en af kon stappen.
Zonder kleerscheuren kwam ik van de fiets af, maar toen Ben zijn fiets van me overnam zag hij direct dat er nu twéé lekke banden in de familie waren. De achterband had ik natuurlijk níet kunnen optillen, dus die was op de stoeprand lek gegaan.
Grumbel. 

We liepen snel naar huis, Ben haalde de wielen uit de respectievelijke fietsen en deed die in de achterbak van de auto, en we reden naar de parkeergarage onder theater de Vest.
Daar vlakbij zit een aardig klein fietsenmakertje (als in, een fietsenmaker met een kleine winkel, de beste meneer zelf heeft een heel normale maat hoor), en daar liep ik eerst naar binnen.
Een band plakken kon wel, maar hij had nog maar één binnenband in voorraad, jammer genoeg. Ik besloot direct dat Ben's fiets belangrijker was, dus dat wiel bleef achter, en mijn band bleef rustig lek in de achterbak.

Het was gezellig, in de stad. Mijn moeder en ik gingen samen smoothies halen bij Kropsla en namen er twee mee voor de rest. We liepen net terug richting de Langestraat toen ze plots per ongeluk met haar nieuwe booster over mijn voet reed.
"Ho!" riep ik, maar helaas.... als je probeert de rem in te knijpen in zo'n booster, is dat blijkbaar juist het gas... dus ze schoot vooruit, en ik belandde in een onzachte en waarschijnlijk niet bijster elegante aanraking met de bakstenen.
Oeps. 

Gelukkig kan ik best goed tegen vallen (let op, mét spatie tussen die laatste twee woorden ;-)), dus ik was okee, hoewel mijn arme moeder wel geschrokken was. 

Ondanks de avonturen was het een fijne middag in de stad. 

In de avond ging ik, zoals vaak, nog een stukje lopen langs de Kanaaldijk. Op een gegeven moment kwam er me een meisje tegemoet fietsen van een jaar of 15/16, haar haar in een rommelige knot. Niets bijzonders, totdat ik opeens een zachte stem achter me hoorde.
"Mevrouw, mag ik iets vragen?"
Ik draaide me om en zag het meisje met haar fiets.
"Natuurlijk."
"Zou ik misschien even mogen bellen met uw telefoon?"
Nu was dat natuurlijk een beetje een spannende vraag. Je weet gewoon niet wie er wel, en wie er niet te vertrouwen is. Maar ik had een goed gevoel bij haar, ze leek me oprecht. Dus ik gaf haar mijn telefoon, terwijl ik dichtbij haar fiets bleef staan om die eventueel vast te kunnen pakken als ze er wél in ene vandoor zou willen gaan. Maar nee: ze belde haar vader. 

“Pap, kun jij misschien dit kind, of dit kind, of dit kind, of dit kind, of dit of dit of dit bellen, dat ik bij de vlotbrug ben?”
Het verhaal bleek, dat ze naar een feestje ging, maar haar telefoon was leeg (tieners! Wat is het met tieners en het onvermogen te beseffen dat telefoons opgeladen dienen te worden?), en toen ze had gebeld hadden de vrienden niet opgenomen, waarna haar telefoon leeg was gebleken.
Nadat ze even met haar vader had gepraat vroeg ze me of ik nog even wilde wachten terwijl hij een van de genoemde kinderen belde. Ja hoor, dat wilde ik best. Ik had geen haast.
We stonden samen even over niets te praten terwijl de laatste stralen licht aan de horizon verdwenen. Ik vroeg haar nog of ze het adres van het feestje niet wist.
"Nou, het is ergens in een wijkje in Koedijk."
Ik keek haar even aan.
"Ik denk niet dat Google maps dát kan vinden."
Toen ging mijn telefoon weer. De vader had iemand bereikt en die kwam spoedig naar de vlotbrug. Opgelost!
We zeiden elkaar gedag en ik liep door, terwijl zij ging wachten op de brug. 

Ze had haar haren los gedaan, toen ik langsliep, en ze wuifde nog even gedag vanaf haar plaatsje op de vlotbrug.

dinsdag 22 september 2020

Plassen in de achtertuin?!

Er zaten twee meisjes hier in de voortuin aan de picknicktafel te kletsen. Sophie was vrijdag verkouden geworden en nu redelijk hersteld, dus ze mochten intussen weer spelen, maar alleen op afstand en buiten.
Op een gegeven moment kwam Sophie binnen en vroeg mij (dacht ik):
"Mummy, can X be here?"
Ik dacht: huh, dit gesprek hadden we toch al gehad? Dus ik reageerde kalm:
"In the front garden or the back garden."
Sophie liep weer naar buiten, maar toen zag ik X opeens naar huis lopen en ik vroeg aan Sophie waarom ze wegging. En pas toen begreep ik in ene wat ze éigenlijk had gevraagd:
"Mummy, can X *pee* here?"
Waarop ik dus had geantwoord dat dat alleen in de voortuin of de achtertuin mocht...

🙈

Ik hoop maar dat X niet thuis vertelde dat ze van Sophie's moeder alleen in de tuin mocht plassen...

maandag 24 augustus 2020

"Ik ben niet zo moeilijk", deel twee

 Ha! Ha! Je moet ook niet over dingen bloggen hè, dan kun je erop wachten dat je het weer tegenkomt ;)


Ik moest even bloed prikken vanmorgen. Nu schijn ik gezegend te zijn met mooie aderen, dus dit is een non-issue, eigenlijk. Zo kwam ik binnen bij Starlet en in de wachtkamer werd net een mevrouw binnengebracht door een verpleegster. Ze spraken Spaans met elkaar. 
Nu wil het geval dat ik een poosje geleden besloot dat ik het leuk vond om Spaans te leren, en begon met Duolingo (een app waarmee je allerlei talen kunt oefenen.) 
Een talenknobbel kan ik niet ontkennen, dus door die app en het kletsen met mijn lieve vriendin uit Costa Rica spreek ik intussen best redelijk Spaans. 
De mevrouw werd alleen gelaten door de verpleegster en zat duidelijk behoorlijk in de rats. Ik glimlachte bemoedigend naar haar, en ze vroeg me in het Spaans of ik Spaans sprak. 
"Si."

Ze vertelde me het hele verhaal waarom ze daar zo zat, en ik hoop zo dat dat dan een beetje helpt, dat als je daar bent, en de taal niet spreekt, en omringd bent met mensen - behalve die ene verpleegster - die je niet begrijpt en die jou niet begrijpen... ik hoop zo dat een vriendelijk gezicht dat je wél begrijpt een beetje helpt, ook al had ik geen idee wat ik kon zeggen om het beter te maken. Dus ik was dankbaar dat ik stomtoevallig de juiste taal sprak op de juiste plaats. 

Ik werd binnengeroepen door een jonge verpleegster met supertof paars haar die mijn armen betastte, besloot tot een ader en daar een naald instopte. Het eerste buisje werd gevuld, maar het tweede buisje glipte uit haar handen en stuiterde weg over de grond. 
Ik zag haar schrikken en denken: "Shit! Wat nu?!" 
Ze keek naar de grond, naar waar het buisje lag, wat ze niet kon oprapen terwijl ze de naald vasthield (en ze mocht hem ook vast niet meer gebruiken vermoed ik) en vervolgens met enig verlangen naar de bak waarin andere, gelijke buisjes lagen. 
"Zal ik hem even vasthouden?" bood ik aan. 
Ze keek verrast op. "Als je dat durft?"
"Ja hoor." zei ik. "Ik ben niet zo moeilijk." 
Ik moest er bijna van glimlachen, door die blog natuurlijk, maar ik hield me in. 
"Nou, dat blijkt wel! Ik weet niet wat ik zou doen in deze situatie." 
Ik pakte voorzichtig de naald over, zij pakte een nieuw buisje, nam de naald weer over en binnen een paar seconden was het gepiept. 

Ik liep naar buiten en moest er toch eventjes om grinniken, dus schreef ik het op. Mogen jullie meegrinniken :)



woensdag 19 augustus 2020

"Bij jou is alles niet zo moeilijk hè, geloof ik?"

In ene kwam een herinnering boven. 

Ik zal een jaar of 16/17 geweest zijn en we woonden in mijn geliefde ouderlijk huis aan de Dirklangenstraat in Delft. 
Aan de overkant woonde Overbuurvrouw. Dat is wellicht als je het leest best een logische naam, maar zo noemde ik haar ook echt. Altijd. Mijn ouders ook, zelfs. Ze heette Wil, maar ik geloof dat ik dat toen amper doorhad. Ik ging elke week op vrijdagavond bij Overbuurvrouw op de thee en kletste honderduit met deze surrogaat-oma. En elke avond bonste ik op mijn slaapkamerraam tot ze me zag, en dan zwaaiden we elkaar welterusten. 

Op een dag was ik alleen thuis toen de bel ging. Voor de deur stond de -ik meen, het is lang geleden- schoondochter van Overbuurvrouw, met een jonge baby. Ze was enigszins in paniek, want ze had gedacht dat Overbuurvrouw thuis zou zijn om op de baby te passen terwijl zij naar haar belangrijke afspraak ging. 
Ik nodigde haar binnen en probeerde Overbuurvrouw te bellen, geloof ik. Dit was nog in het tijdperk vóór mobiele telefoons, toen dinosaurussen en ammonieten de aarde bevolkten. Ze was er echt niet. 
Ik zei tegen de schoondochter dat ze de baby best even bij mij mocht laten. Ze wist natuurlijk wel wie ik was, van Overbuurvrouw. Ze keek me dankbaar aan en begon de baby te installeren. 
"In principe heeft 'ie niks nodig, hij gaat gewoon liggen en een beetje voor zich uit kijken." zei ze, terwijl ze de baby neerlegde op een dekentje en een luiertas ernaast legde, voor-het-geval-dat. "Ik ben over minder dan een uur weer terug."
Toen ze bijna wegging keek ze nog even om en zei, met een blik in haar ogen die ik nooit meer vergeten ben; 
"Bij jou is alles niet zo moeilijk hè, geloof ik?"
Ik glimlachte maar een beetje en zwaaide haar uit. 

Ik weet nog dat het me blij maakte, die opmerking. Dat ik het fijn vond om gezien te worden als iemand waarbij het niet zo moeilijk was, en bij wie je best even je baby kon achterlaten. 
En dat was ik ook, natuurlijk, ook al voelde het voor mij toen allemaal helemaal niet zo makkelijk, het leven. 

Als ik er nu zo aan terugdenk vind ik het eigenlijk best heel bijzonder. Want het klopt op zich best. Hier mag een hele hoop, het is hier Huize de Zoete Inval, en iedereen mag komen zoals die is. 

Toch bijzonder, dat die mevrouw dat zo zei, tegen mijn zestien-jarige zelf. Soms ziet misschien een vreemde iets in je, lang voordat je dat ooit zelf hebt gezien. 

woensdag 8 juli 2020

Slaapliedje voor hen die nog niet willen slapen

Elke avond ga ik haar weltrusten zeggen. Ze is al elf, maar dit zijn wat van de mooiste momenten van de dag. Niets hoeft meer, alles is gedaan, en voorlopig ben ik nog de belangrijkste persoon op aarde.
Nog eventjes.
Ik ga naast haar op het bed zitten, kruis mijn benen onder me en we praten over alles, en over niets. Eigenlijk wil ze nooit dat ik wegga, maar in slaap vallen waar mama bij is; dat kon ze als baby al niet. Dus het moment van "weltrusten liefje, I love you" komt altijd.

Vanavond zei ze: "Sing me a song that's like five minutes long", toen ik al was opgestaan om de kamer uit te gaan. Ik keek haar peinzend aan.
We maken vaak nog muziek, heel zachtjes, vlak voor ze haar bed ingaat, op de elektrische piano in de studio. En ik heb binnenkort een concert met mijn geweldige duopartner, waar we ook wat quatre mains stukken spelen. Daarbij zit een ongelooflijk prachtige berceuse van een hedendaagse componiste: 
"Berceuse pour ceux qui ne veulent pas encore dormir"
Slaapliedje voor hen, die nog niet willen slapen, dus. Zelfs de helft van het stuk die ik met mijn twee handen spelen kan is al prachtig. Ik kijk naar mijn grote dochter in haar bed en ik vind het een strak plan, dus ik laat haar deur open en loop naar de studio aan de andere kant van het overloopje. De tablet staat nog op de piano. Ik zet hem aan en speel het stuk, zo zachtjes dat niemand het horen kan behalve zij en ik.
Het stuk duurt denk ik een minuut of vijf, en ook al is zij in een andere kamer, we beleven het samen.
Ik sla het laatste akkoord aan, doe de piano uit en dicht en loop terug haar kamer in. Ik zie een glimmend gezichtje op het kussen.

"Mummy, can you do this more often?"
Ik knik, en buig me voorover om haar nog een knuffel en een kus te geven.

Ja, liefje, dit kan ik zeker vaker doen.

zondag 5 april 2020

Backstage bij een opname, of: hoe het écht gaat ;-)

ClassicNL, wat vroeger ClassicFM was, schreef een leuke wedstrijd uit voor musici. Het doel was simpel: neem iets op in je woonkamer en stuur dat in. Ik zou eigenlijk iets met mijn duopartner opnemen, maar die was niet zo lekker, dus besloot ik gisteren om zelf iets te zingen en te begeleiden.
Nu is het zo dat ik ziek ben geweest. Heel waarschijnlijk was dat het coronavirus, omdat werkelijk alle symptomen klopten. Gelukkig kwam ik daar goed doorheen hoor, maak je geen zorgen, maar het duurt effe voordat je daar helemaal van hersteld bent, logischerwijze. Dus, hoewel ik al 2 weken beter ben, is mijn stem dat nog steeds niet helemaal. Ik kon daarom dan ook niet onbeperkt zingen en mijn stem deed het nog niet zoals ik graag zou willen. 
We namen op, gisteren, in 2 of 3 takes. En toen hoorde ik de opname terug, mét wat ervoor kwam. En omdat ik daar zelf erg om moest grinniken wilde ik met jullie delen:
Hoe neem je een filmpje op als je nog herstellende bent van wat waarschijnlijk het coronavirus was?

Wat het publiek níet ziet of hoort.

Sopraan hoest, en schraapt haar keel.
Man moppert op het apparaat.
¨This is a pain in the arse to work!¨ mompelt hij in zichzelf (ik heb al lang geleden geleerd om op dit soort gemompel simpelweg geen antwoord te geven: hij zegt het namelijk niet tegen mij en als ik reageer is hij verbaasd.)
Sopraan zingt de eerste paar noten van het lied, in een poging die goed op de rit te krijgen.
Man vraagt zich hardop af of hij genoeg ruimte heeft op het apparaat.
Sopraan zegt: ¨you can delete the last one anyway. I sang best on the other one, but, yeah, the angle was crap.¨
Het geluid van hakken klinkt. Meestal komen er geen schoenen in ons huis, maar op zo´n opname is het toch wel leuk als je iets knaps aan je voeten hebt.
Een neus wordt gesnoten terwijl man nog steeds poogt de vorige opname te deleten.
Sopraan schraapt nogmaals haar keel.
¨Okay, I´ve deleted several minutes.¨ zegt de man dan.
¨Okay!¨ zegt de sopraan, en zingt even een toonladder van hoge g naar g1. Zingt even ¨splendeurs¨, want wil weten of haar borstregister nog enigszins meewerkt.
Gebaart veelbetekenend naar haar kont. ¨You don´t necessarily have to get this on the recording, you know?¨
Schraapt nog maar eens haar keel en vraagt:
¨Are you ready for it?¨ Zingt: ¨REA-DY!¨ in een octaafsprong naar beneden vanaf dezelfde hoge g (da´s niet per ongeluk, als je de noten van het stuk kent ;))

En dan? Nou, dan komt er dus muziek. Je bent van harte welkom om te liken (graag zelfs!) en te delen op social media.

Enjoy!
Fauré - après un reve

zondag 19 januari 2020

Aangevallen door een koe!

Heerlijk vinden we het, lopen in het bos in Castricum. Zodra het enigszins droog is zijn we daar toch vaak wel te vinden in het weekend.

Vandaag gingen we met ons gezinnetje en mijn moeder lopen.

Eerst klommen we in een boom.





We lopen het liefste een eind van de gele route (we weten de weg, dus we zwerven nog wel eens er vanaf ook). En die route gaat door een prachtig stuk bos, waar ook wilde koeien lopen.
Prachtige koeien zoals deze:


Die koeien zijn natuurlijk hartstikke mak. Anders mochten ze niet in een natuurgebied waar zoveel mensen lopen zijn. Dus toen er weer eens koeien op het pad lagen liep iedereen er rustig langs. 


Totdat we bij een prachtige zwarte koe kwamen. ¨Mama, kijk eens wat een mooie koe!¨ zei Sophie. ¨hij is zo mooi... zwart!¨
Het was inderdaad een erg mooie koe.
Totdat de koe haar kop omdraaide. Ik stopte meteen Sophie achter mijn arm en maakte aanstalten om rustig door te lopen.
Dat vond de koe níet goed. 
De koe vond namelijk dat wij weg moesten en draaide zich om en liep op ons af. 


(nee, zoals je ziet waren we niet te dichtbij)

Gelukkig kan Sophie goed reageren. Dus terwijl ik rustig bleef staan en mijn best deed om zo vriendelijk en rustig mogelijk over te komen rende zij weg, de heide op, de kant waar géén koeien waren. De koe chargeerde me en ik keek naar de grote horens. Zou ik ze vast moeten pakken?
Op zo´n moment heb je zoveel ruimte in je hoofd dat je alle details ziet.
De koe stopte gelukkig en keek me aan, en zo kon ik rustig achteruit lopen. Ze volgde me niet, dus kon ik snel achter Sophie aan, die met een bleek bekkie stond te wachten, en haar in mijn armen sluiten.
Ben, die de hond van mijn moeder in zijn armen had en dus machteloos toe had gekeken, was ook die kant op gelopen, terwijl mijn moeder, die de andere kant op de bosjes in was gegaan, nu ook veilig langs de koeien kon.

Wát een avontuur.  

Dan hier nog even vanuit het gezichtspunt van Sophie: 


Volgende keer gaan we met een grote omweg om de koeien heen, hoe rustig ze ook aan het grazen zijn! Je weet nooit wanneer een koe het op haar heupen krijgt...