maandag 24 augustus 2020

"Ik ben niet zo moeilijk", deel twee

 Ha! Ha! Je moet ook niet over dingen bloggen hè, dan kun je erop wachten dat je het weer tegenkomt ;)


Ik moest even bloed prikken vanmorgen. Nu schijn ik gezegend te zijn met mooie aderen, dus dit is een non-issue, eigenlijk. Zo kwam ik binnen bij Starlet en in de wachtkamer werd net een mevrouw binnengebracht door een verpleegster. Ze spraken Spaans met elkaar. 
Nu wil het geval dat ik een poosje geleden besloot dat ik het leuk vond om Spaans te leren, en begon met Duolingo (een app waarmee je allerlei talen kunt oefenen.) 
Een talenknobbel kan ik niet ontkennen, dus door die app en het kletsen met mijn lieve vriendin uit Costa Rica spreek ik intussen best redelijk Spaans. 
De mevrouw werd alleen gelaten door de verpleegster en zat duidelijk behoorlijk in de rats. Ik glimlachte bemoedigend naar haar, en ze vroeg me in het Spaans of ik Spaans sprak. 
"Si."

Ze vertelde me het hele verhaal waarom ze daar zo zat, en ik hoop zo dat dat dan een beetje helpt, dat als je daar bent, en de taal niet spreekt, en omringd bent met mensen - behalve die ene verpleegster - die je niet begrijpt en die jou niet begrijpen... ik hoop zo dat een vriendelijk gezicht dat je wél begrijpt een beetje helpt, ook al had ik geen idee wat ik kon zeggen om het beter te maken. Dus ik was dankbaar dat ik stomtoevallig de juiste taal sprak op de juiste plaats. 

Ik werd binnengeroepen door een jonge verpleegster met supertof paars haar die mijn armen betastte, besloot tot een ader en daar een naald instopte. Het eerste buisje werd gevuld, maar het tweede buisje glipte uit haar handen en stuiterde weg over de grond. 
Ik zag haar schrikken en denken: "Shit! Wat nu?!" 
Ze keek naar de grond, naar waar het buisje lag, wat ze niet kon oprapen terwijl ze de naald vasthield (en ze mocht hem ook vast niet meer gebruiken vermoed ik) en vervolgens met enig verlangen naar de bak waarin andere, gelijke buisjes lagen. 
"Zal ik hem even vasthouden?" bood ik aan. 
Ze keek verrast op. "Als je dat durft?"
"Ja hoor." zei ik. "Ik ben niet zo moeilijk." 
Ik moest er bijna van glimlachen, door die blog natuurlijk, maar ik hield me in. 
"Nou, dat blijkt wel! Ik weet niet wat ik zou doen in deze situatie." 
Ik pakte voorzichtig de naald over, zij pakte een nieuw buisje, nam de naald weer over en binnen een paar seconden was het gepiept. 

Ik liep naar buiten en moest er toch eventjes om grinniken, dus schreef ik het op. Mogen jullie meegrinniken :)



woensdag 19 augustus 2020

"Bij jou is alles niet zo moeilijk hè, geloof ik?"

In ene kwam een herinnering boven. 

Ik zal een jaar of 16/17 geweest zijn en we woonden in mijn geliefde ouderlijk huis aan de Dirklangenstraat in Delft. 
Aan de overkant woonde Overbuurvrouw. Dat is wellicht als je het leest best een logische naam, maar zo noemde ik haar ook echt. Altijd. Mijn ouders ook, zelfs. Ze heette Wil, maar ik geloof dat ik dat toen amper doorhad. Ik ging elke week op vrijdagavond bij Overbuurvrouw op de thee en kletste honderduit met deze surrogaat-oma. En elke avond bonste ik op mijn slaapkamerraam tot ze me zag, en dan zwaaiden we elkaar welterusten. 

Op een dag was ik alleen thuis toen de bel ging. Voor de deur stond de -ik meen, het is lang geleden- schoondochter van Overbuurvrouw, met een jonge baby. Ze was enigszins in paniek, want ze had gedacht dat Overbuurvrouw thuis zou zijn om op de baby te passen terwijl zij naar haar belangrijke afspraak ging. 
Ik nodigde haar binnen en probeerde Overbuurvrouw te bellen, geloof ik. Dit was nog in het tijdperk vóór mobiele telefoons, toen dinosaurussen en ammonieten de aarde bevolkten. Ze was er echt niet. 
Ik zei tegen de schoondochter dat ze de baby best even bij mij mocht laten. Ze wist natuurlijk wel wie ik was, van Overbuurvrouw. Ze keek me dankbaar aan en begon de baby te installeren. 
"In principe heeft 'ie niks nodig, hij gaat gewoon liggen en een beetje voor zich uit kijken." zei ze, terwijl ze de baby neerlegde op een dekentje en een luiertas ernaast legde, voor-het-geval-dat. "Ik ben over minder dan een uur weer terug."
Toen ze bijna wegging keek ze nog even om en zei, met een blik in haar ogen die ik nooit meer vergeten ben; 
"Bij jou is alles niet zo moeilijk hè, geloof ik?"
Ik glimlachte maar een beetje en zwaaide haar uit. 

Ik weet nog dat het me blij maakte, die opmerking. Dat ik het fijn vond om gezien te worden als iemand waarbij het niet zo moeilijk was, en bij wie je best even je baby kon achterlaten. 
En dat was ik ook, natuurlijk, ook al voelde het voor mij toen allemaal helemaal niet zo makkelijk, het leven. 

Als ik er nu zo aan terugdenk vind ik het eigenlijk best heel bijzonder. Want het klopt op zich best. Hier mag een hele hoop, het is hier Huize de Zoete Inval, en iedereen mag komen zoals die is. 

Toch bijzonder, dat die mevrouw dat zo zei, tegen mijn zestien-jarige zelf. Soms ziet misschien een vreemde iets in je, lang voordat je dat ooit zelf hebt gezien.